Onlangs bleek dat dé Brabander niet bestaat; de provincie blijkt nu zelfs ook geen erkend volkslied te hebben. De identiteitscrisis van de Noord-Brabanders neemt
steeds ernstiger vormen aan. Gedeputeerde R. Augusteijn (Cultuur) laat de zaak tot op de bodem uitzoeken. De Stichting Credo in Lelystad liep hier tegen aan en heeft vervolgens
alle andere erkende volksliederen opgevraagd.
Hier komen ze. Bij lezen en herlezen blijken ze de provincie eens op een andere wijze te beschrijven.
Van Lauwerszee tot Dollard tou,
Van Drenthe tot aan 't Wad
Doar gruit,
doar bluit ain wonderland,
Rondom ain wondre stad.
Ain pronkjewail in golden raand
is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!
Frysk bloed tsjoch op ! wol no ris brûze en siede,
En bûnzje troch ús ieren om!
Flean op! Wy sjonge it bêste lân fan d'ierde,
It Fryske lân fol eare en rom.
Klink dan en daverjé fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn !
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn !
Ik heb u lief mijn heerlijk landje
Mijn enige Drenthe land
Ik minde eenvoud in uw schoonheid
'k Heb u mijn hart verpand.
Mijn taak vervul ik blijde
Waarheen ook plicht mij riep;
Uw geest was 't die mij leidde
Daarom vergeet 'k u niet
Aan de rand van Hollands gouwen
Over brede IJsselstroom
Ligt daar, lieflijk om t'aanschouwen
Overijssel, 'fier en vroom.
Waar de Vecht en Regge kronk'len
Door de heuv'len in 't verschiet
Waar de Dinkelgolfjes fonk'len
Ligt het land, dat 'k stil bespied.
Waar der beuken breede kronen
Ons heur koele schaduw biên
Waar we groene denneboschen,
Paarse heidevelden zien;
Waar de blonde rogge akker
En het beekje ons oog bekoort,
Daar is onze Vale ouwe,
Kostlijk deel van Gelre's oord.
Daar is onze Vale ouwe,
Kostlijk deel van Gelre's oord.
Noord-Holland ik houd van het groen in je wei,
Het zwart-wit en rood van de koeien.
Je velden vol molens versieren de Mei
Wanneer alle bollen gaan bloeien.
Het zilveren licht kleurt de lucht op het land.
En zilt komt de zeelucht gewaaid aan je strand
Om 't wit van de wolken aan 't hemelse blauw:
Noord-Holland, mijn Holland, hoe houd ik van jou !
Zuid-Holland met je weiden en 't grazende vee,
Je molens, je duinen, je strand en je zee.
Je plassen en meren, aan schoonheid zo rijk.
Je grote rivieren, betoomd door de dijk.
Je akkers met graan, waar de wind overgaat.
Je bloembollenvelden in kleurig gewaad!
Aan jou o, Zuid-Holland, mijn heerlijk land,
mijn heerlijk land.
Aan jou o, Zuid-Holland,
heb ik mijn hart verpand!
Langs de Vecht en dóude Rijnstroom
Strekt zich wijd het Stichtse land
Willibrord onstak uw fakkel
Die onblusbaar verder brandt
Waar 's lands unie werd geboren
Utrecht hart van Nederland
Geen dierder plek voor ons op aard,
Geen oord ter wereld ons meer waard
Dan, waar beschermd door dijk en duin,
Ons toelacht veld en bosch en tuin;
Waar steeds d'aloude Eendracht woont,
En welvaart 's landsmans werk bekroont,
Waar klinkt des Leeuwenforsche stem;
"Ik worstel moedig en ontzwem!"
Het enige echte volkslied bestaat hier niet.
Toen Hertog Jan kwam varen
Te peerd parmant al triumfant
Na zevenhonderd jaren,
Hoe zong men t'allen kant:
Harba lorifa zong de Hertog,
Harba lorifa.
Na zevenhonderd jaren
In dit edel Brabants land
Waar in 't bronsgroen eikenhout, 't nachtegaaltje zingt;
Over 't malsche korenveld 't lied des leeuweriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt langs der beekjes boord;
Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord!
Waar wij steden doen verrijzen
op de bodem van de zee,
onder Hollands wolkenhemel
tellen wij als twaalfde mee.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te wonen,
Mijn geliefde Flevoland